Wat is fijnstof (PM10 en PM2.5)?
Fijnstof bestaat uit zeer kleine deeltjes die kunnen worden ingeademd. De belangrijkste categorieën zijn:
- PM10: deeltjes <10 micrometer
- PM2.5: deeltjes <2,5 micrometer
Fijnstof kan afkomstig zijn van industrie, verkeer, huishoudens, landbouw en buitenlandse bronnen.
Verminderen van de uitstoot van fijnstof is belangrijk voor een gezondere leefomgeving. Daarom zijn extra omgevingsmaatregelen een belangrijk onderdeel van onze plannen. Als gevolg van deze maatregelen stoten wij minder PM10 uit.
Maatregelen
Extra omgevingsmaatregelen zijn een belangrijk onderdeel van ons Groen Staal-plan en onderdeel van de maatwerkafspraken met de overheid. De volgende maatregelen willen we nemen:
- Overkappingen ertsvelden en schrootverwerking
- Windscherm ertsveld
- Overkappingen deelprocessen slakverwerking en procesaanpassingen zoals sproeisystemen
- Extra filters op de nieuwe installaties
Fijnstof in de IJmond: wat laten de nieuwste metingen zien?
De GGD Amsterdam meet elk jaar de concentraties fijnstof PM10 en PM2.5 op verschillende plekken rondom de IJmond. Het nieuwe rapport over 2024 laat een wisselend beeld zien voor beide fijnstofsoorten.
PM10 – fijnstof (≤10 micrometer)
In 2024 lagen de PM10‑waarden op de meeste plekken vergelijkbaar met of iets lager dan 2023, maar nog boven de WHO‑advieswaarde van 15 μg/m³. De gemeten jaargemiddelden:
- Velsen – Reyndersweg: 21,1 μg/m³
- Wijk aan Zee – Banjaert: 18,6 μg/m³
- Wijk aan Zee – Bosweg: 18,6 μg/m³
- Beverwijk: 18,3 μg/m³
- IJmuiden: 16,2 μg/m³
- Achtergrond De Rijp: 12,3 μg/m³
Alle stations voldoen ruimschoots aan de huidige EU‑grenswaarde van 40 μg/m³.
PM2.5 – het kleinere fijnstof
De PM2.5‑waarden in de IJmond zijn in 2024 stabiel tot licht afgenomen ten opzichte van 2023, maar liggen nog overal boven de WHO‑advieswaarde van 5 μg/m³.
Jaargemiddelden 2024:
- Velsen – Staalstraat: 11,1 μg/m³
- Wijk aan Zee – Bosweg: 10,1 μg/m³
- Wijk aan Zee – Banjaert: 8,4 μg/m³
- IJmuiden: 8,0 μg/m³
- Achtergrond De Rijp: 6,2 μg/m³
Daarmee voldoen twee stations al aan de toekomstige EU‑norm van 10 μg/m³ (vanaf 2030).
NL - Milieu en Leefomgeving - L2 Monitoren & meten
De nieuwe resultaten laten zien dat het nog lastig is om een daling van PM10 te koppelen aan recente maatregelen. Dat komt vooral doordat fijnstofwaarden sterk afhankelijk zijn van windrichting en weer. Onze lokale bijdrage aan PM10 per meetstation varieert tussen 6% en 22%.
- IJmuiden: 6%
- Wijk aan Zee (Banjaert): 17%
- Wijk aan Zee (Bosweg): 21%
Veel van onze grote stofmaatregelen zijn pas eind 2023 afgerond (denk aan de ontstoffingsinstallatie bij de Pelletfabriek, de derde afzuiging van de Staalfabriek en de smidse‑kappen van de Hoogovens) en het duurt altijd even voordat structurele resultaten zichtbaar worden in jaargemiddelde rapportages.
Onze bijdrage aan de gemiddelde PM2.5 in de regio is beperkt, maar dichtbij onze installaties kan onze relatieve bijdrage aan de lokale verhoging hoger zijn (bijv. 12-23%). Daarom richten we onze maatregelen op het verlagen van die lokale pieken en op verdere reductie in de regio. De GGD berekende hoe groot onze bijdrage aan PM2.5 is:
- IJmuiden: 3%
- Banjaert: 12%
- Bosweg: 23%
Dit betekent dat een groot deel van de PM2.5‑belasting wordt bepaald door regionale en internationale bronnen, zoals verkeer, scheepvaart, industrie buiten onze regio en zelfs buitenlandse luchtstromingen.
Het GGD‑rapport benadrukt dat het weer een grote invloed heeft op fijnstof:
- Regen spoelt fijnstof uit de lucht
- Windrichting bepaalt of lucht uit de industrie, zee of binnenlandse bronnen komt
- Warme/hoge‑drukperiodes zorgen juist voor ophoping van fijnstof
Daardoor kan een “slechter” of “beter” jaar niet automatisch worden toegeschreven aan maatregelen - soms speelt het weer simpelweg een grotere rol.
In 2023 was bijvoorbeeld de daling in PM2.5 vooral te danken aan veel regenval; in 2024 waren de omstandigheden opnieuw relatief gunstig, maar minder extreem.


