Daarom is het verplaatsen van Tata Steel onlogisch
De Nederlandse energie-intensieve industrie staat onder druk: stroom is duur, ruimte is beperkt en de maatschappelijke wens om te verduurzamen groeit. Is het slim om de industrie naar het buitenland te verplaatsen? Niet volgens journalist Roy op het Veld.
In zijn LinkedIn post noemt hij drie belangrijke redenen.
1. Het is energieverspilling
Een veelgehoorde gedachte is dat het efficiënter zou zijn om ruwijzer (een halffabricaat) in zonnige regio’s te produceren en vervolgens naar Nederland te vervoeren en daar verder te verwerken. Maar voor de toekomst van de industrie is het belangrijk om te begrijpen dat dit juist extra energie zou kosten.
Bij Tata Steel bestaat staalproductie uit twee stappen: ijzererts omzetten in ruwijzer, en dat ruwijzer verhitten tot vloeibaar staal. Als je de eerste stap in het buitenland doet, koelt het ruwijzer af voor transport. In IJmuiden moet het daarna weer volledig opgewarmd worden. Dat is alsof je een pan soep eerst laat afkoelen om hem vervolgens opnieuw aan de kook te brengen; pure energieverspilling. Bovendien zouden de ovens van Tata Steel dan twee keer zoveel capaciteit moeten hebben. Conclusie: verplaatsing maakt het proces minder efficiënt, niet toekomstbestendiger.
2. Groene stroom is elders niet écht goedkoper
Hoewel zonnepanelen in Zuid-Europa of Afrika meer stroom leveren dan in Nederland, draait een staalfabriek 24/7. Dat betekent dat je meer nodig hebt dan alleen zonnestroom. Voor continuïteit zijn aanvullende energiebronnen nodig, zoals windkracht. De Noordzee biedt een betrouwbare windbron. Het echte probleem voor Nederlandse industrie zijn de stijgende netwerktarieven, niet de elektriciteitsprijs zelf. Aansluiting direct op windparken op zee kan deze kosten structureel verlagen. Conclusie: de Nederlandse kust is qua levering van energie sterker dan het lijkt.
3. Het gaat ten koste van de strategische autonomie
Een toekomstbestendige industrie gaat niet alleen over kosten, maar ook over strategische autonomie. IJzererts komt uit vele landen, waardoor de leveringszekerheid groot is. Voor halffabricaten zoals gereduceerd ijzer is dat anders: de wereldmarkt is klein en Rusland is de grootste leverancier. IJmuiden biedt bovendien sterke logistieke voordelen: aanvoer van ijzererts via zee en een infrastructuur om staal naar Europese en Noord-Amerikaanse markten te verschepen. Dat maakt Nederland aantrekkelijker dan veel andere locaties. Conclusie: verplaatsing maakt Europa juist afhankelijker, niet robuuster.
Kortom, de gedachte dat staalproductie goedkoper en duurzamer zou zijn in zonnige of ruimere regio’s blijkt misleidend. Verplaatsing kost extra energie, biedt geen stabieler aanbod van groene stroom en ondermijnt de strategische autonomie van Europa. Juist de combinatie van wind op zee, bestaande logistiek en industriële kennis maakt Nederland een logische plek om de staalindustrie toekomstbestendig te verduurzamen.

