Vleermuizenbunkers Tata Steel: “Hiermee bieden we ze een veilige plek om te overwinteren”
“Ik heb ‘m gevonden, hoor. Kom maar hierheen!” Het zijn de woorden van Véronique van Meurs, boswachter bij PWN. Een paar tellen later staan we voor de deur van een van de drie bunkers in Wijk aan Zee die Tata Steel dit jaar heeft ingericht als overwinteringsplaats voor vleermuizen. En dat is belangrijk geeft Véronique aan “want zo zorgen we samen voor het behoud van onze vleermuizen in Nederland.”
Als beheerder van het aangrenzende duingebied en specialist in natuurbeheer is PWN nauw betrokken bij de vleermuizenbunkers op ons terrein. PWN adviseerde ons onder meer om onze eigen stalen deuren te gebruiken voor de bunkers. Zo beschermen we de vleermuizen en houden we indringers buiten.
Terwijl de fascinatie voor het kleine wezentje van haar gezicht spat, benadrukt vleermuizenkenner Véronique meteen dat vleermuizen zeldzame en daarom beschermde zoogdieren zijn. “We kennen in Nederland nog maar achttien soorten. In de zomer zien we in het duin andere vleermuizen dan in de winter. Vijf soorten overwinteren hier: de watervleermuis, de franjestaart met zijn oortjes als een skipiste, de grootoorvleermuis die zijn oren als een mantel om zijn lichaam kan slaan en de zeer zeldzame meervleermuis waarvan we er maar één in dit gebied hebben. Ook de baardvleermuis hebben we hier een keer gezien.”
Het belang van overwinteringsplekken
Véronique vervolgt: “Vleermuizen zijn in de zomer heel actief. Ze vliegen af en aan, zijn zich volop aan het voortplanten en eten veel. Als de zomer op z’n einde loopt, beginnen vleermuizen met proefvluchten om te kijken waar ze kunnen overwinteren. Helaas kunnen ze daarvoor op steeds minder plekken terecht. Veel bunkers zijn afgesloten en spouwen zijn er door de betere isolatie van woningen steeds minder. Het is dus belangrijk dat er beschikbare vleermuisbunkers of -grotten (in Zuid-Limburg) blijven bestaan, verspreid door het gebied. Zo kunnen ze her en der een plekje kiezen waar het niet te koud, niet te droog en lekker beschut is. Of verhuizen naar een prettigere plek als de eerste locatie tóch niet bevalt.”
Bescherming tegen kou, prooidieren én mensen
“De bunkers op het terrein dat Tata Steel beheert voldoen aan de vereisten van zo’n prettige overwinteringsplaats”, zegt Véronique. “De kamers in de bunkers zijn op advies van PWN ingericht met latjes en klein gaas waar de vleermuizen prettig achter kunnen hangen en waar ook vlinders als dagpauwogen en roesjes dankbaar gebruik van maken. Véronique: “In jullie bunkers wordt het niet kouder dan zes graden, zodat de vleermuizen zichzelf niet hoeven op te warmen en hun kostbare energie kunnen sparen. Als het kouder is, is een bunker ongeschikt en moeten de vleermuizen verhuizen of sterven ze. Naast warm genoeg zijn jullie bunkers prikkelarm. Bovendien kennen ze een goede luchtvochtigheid. Daardoor ontstaan er condensdruppels op het vachtje van de vleermuizen die ze er in de winter van aflikken. Zo voorzien ze zichzelf van voldoende vocht.”
Niet onbelangrijk is dat de bunkers veilig zijn. “Vleermuizen worden sloom in de winter. Hun hartslag en ademhaling gaan omlaag, ze slapen veel, zijn minder alert en daarmee dus een makkelijke prooi. Als ze een veilige plek hebben, voorkomen we dat ze worden opgegeten.” En dan met nadruk: “Ze zijn heel kwetsbaar hè, met één hap zijn ze weg.”
Ook verstoring door mensen kan volgens Véronique funest zijn. “Als mensen heel vaak in en uit lopen, worden de bunkers met hun lichaamstemperatuur en adem opgewarmd of met licht verstoord. Zo worden de vleermuizen uit hun winterslaap gehaald. Door die vleermuisvriendelijke deuren voor de bunkers voorkomen we dat.
Jaarlijkse vleermuistelling
En dan de vraag waar het om gaat: hoeveel vleermuizen zitten er nu eigenlijk in onze bunkers? Lachend zegt Véronique: “Dat weten we pas begin januari wanneer we de jaarlijkse telling houden. Maar daar moeten we niet meteen conclusies aan verbinden, hoor. Vaak duurt het een aantal jaren voordat de populatie in een bunker toeneemt. Als een vleermuis nu alleen is, kan het goed zijn dat hij of zij volgend jaar een jong meeneemt en het jaar daarop ook een vriend of vriendin. En dan zie je vanzelf de populatie toenemen.”
Tot slot geeft Véronique aan dat we zo’n vleermuizentelling niet moeten onderschatten. “Met een telling zien we niet alleen hoe het gaat met de populatie vleermuizen in het gebied, we krijgen een indicatie van de hele biodiversiteit. Vleermuizen eten immers insecten, de basis van onze voedselpiramide. Dus als het beter gaat met de vleermuizenstand, geeft dat aan dat het ook beter gaat met de biodiversiteit in Nederland.”
Wist je dat…
- er wereldwijd meer dan 1400 soorten vleermuizen zijn?
- vleermuizen de kleinste zoogdieren zijn die we kennen? De kleinste vleermuizen kunnen zelfs door de opening van een colablikje.
- vleermuizen de enige zoogdieren zijn die kunnen vliegen?
- vleermuizen kijken met hun oren? De hoge geluiden die ze maken weerkaatsen tegen bijvoorbeeld bomen en muren. Dat heet de echolocatie. Door goed te luisteren naar die echo, kan de vleermuis zijn prooi makkelijk vinden.
Natuurbeleid Tata Steel
Met ons natuurbeleid ondersteunen we de biodiversiteit. Dit beleid is erop gericht om, waar mogelijk, de natuur zoveel mogelijk in de originele staat terug te brengen en de biodiversiteit te ondersteunen.

