“Ik wilde altijd al smelter worden, net als mijn vader”
Familie Blaauboer werkt al vier generaties bij Tata Steel Nederland
Als Tata Steel ergens om bekend staat dan is het wel dat we het werk van generatie op generatie doorgeven. Zo ook bij de familie Blaauboer. Waar Arie Blaauboer begon als kantinemedewerker in de jaren 60 bij Hoogovens, werd zijn zoon Piet een aantal jaren later smelter bij het bedrijf. Ook de zonen van Piet - alle vier - gingen bij Hoogovens aan de slag. Inmiddels is de vierde generatie aangetreden bij Tata Steel. Ron Blaauboer, werkzaam bij Garage Zuid, is al sinds 1985 in dienst en vertelt over de bijzondere band met zijn familie én ons staalbedrijf.
Rons opa en vader werkte allebei bij de Hoogovens. Opa Arie was kantinemedewerker en vader Piet werkte als smelter. En dat laatste maakte behoorlijk wat indruk want alle vier zonen van Piet besloten om ook bij het staalbedrijf te gaan werken. Ron en zijn jongste broer Jos traden in vaders voetsporen als smelter. Ad, de oudste, zit bij de Koudbandwalserij en Marco, de een-na-jongste broer, werkt als procesregelaar bij de Kooks- en Gasfabriek. Ook de middelste zoon van Marco is inmiddels smelter bij Hoogoven 6, net als zijn ooms en opa.”
‘‘Als 7-jarige vond ik dat verschrikkelijk indrukwekkend’’
Thuis vertelde vader Piet de mooiste verhalen. Toen het gezin in 1972 een bezoekje mocht brengen aan het ovenhuis van Hoogoven 7, wist Ron het dan ook meteen: hier ga ik ooit werken. ‘‘Al dat vuur. Overal hitte. Je kon dat ijzer gewoon zien lopen. Ik vond het verschrikkelijk mooi, het maakte zoveel indruk toen’’, vertelt Ron enthousiast. Niet zo gek dus dat alle broers ook voor een loopbaan bij Tata Steel Nederland hebben gekozen. Toch is het ook bijzonder dat er vier smelters in de familie zitten, vindt Ron. ‘‘Het trekt blijkbaar op de een of andere manier. Het is ook gewoon prachtig mooi.’’ En hoewel Ron in ’85 begon bij een andere afdeling, bleef het vuur van de hoogovens hem trekken. Begin jaren 90 werd hij alsnog smelter.
Andere tijden
Sinds de tijd van zijn vader is er wel behoorlijk wat veranderd, weet Ron. Alleen al de bezetting in de ploeg. Een hoogoven heeft drie aftapgaten, waarvan er twee altijd in bedrijf zijn. Waar pa Blaauboer met zeven man per aftapgat werkte, is de totale bezetting in de tijd van Ron nog maar drie man. Ron: ‘‘Dat was niet te vergelijken, joh. Er was toen veel meer handwerk. Nu gaat het allemaal machinaal.’’ Een mooi voorbeeld van dat zware handwerk heeft Ron ook nog wel. ‘‘In de ren waar ruwijzer doorheen stroomt, ontstaan allemaal gestolde ijzerresten. Voorheen moesten we die met grote staalstangen loswrikken en wegtrekken. Het graafmachientje dat we later kregen, was echt een verademing! Zo blijven we continu moderniseren.’’
‘‘Vind je het niet vervelend dat je bevelen krijgt van je jongste broertje?’’
De broers Blaauboer hebben een heel hechte band met elkaar. Zo hebben ze een gezamenlijke rekening waar ze elke maand geld op storten. Een vangnet voor als iemand even omhoog zit. En die goede band is erg belangrijk voor Ron. Een tijdje werkte Ron samen met Jos, zijn jongste broer, bij Hoogoven 7. ‘‘Jos was zelfs m’n baas. Of ik het gek vond? Nee hoor, ikke niet’’, voegt Ron lachend toe. “De band is zo goed dat we ook op die manier prima konden samenwerken.”

